Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
6 Speciale waarschuwingen: Het is belangrijk dat de ziekte van Addison met zekerheid vastgesteld is, voordat wordt overgegaan tot behandeling met het diergeneesmiddel. Honden met ernstige hypovolemie, dehydratie, prerenale azotemie en onvoldoende weefselperfusie (ook wel "Addison-crisis" genoemd) dienen te worden gerehydrateerd met behulp van intraveneuze vloeistof (fysiologische zoutoplossing) voordat wordt overgegaan tot behandeling met het diergeneesmiddel. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Neem grote voorzichtigheid in acht wanneer u het diergeneesmiddel gebruikt bij honden met een congestieve hartaandoening, ernstige nieraandoening, primair leverfalen of oedeem. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Voorkom contact met de ogen en huid. In geval van accidentele aanraking met de huid of ogen dient de desbetreffende plek te worden gewassen met water. Indien zich irritatie voordoet, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond. In geval van accidentele zelftoediening kan dit diergeneesmiddel pijn en zwelling veroorzaken op de plaats van injectie. Dit diergeneesmiddel kan bijwerkingen veroorzaken aan de mannelijke voortplantingsorganen en daarbij de vruchtbaarheid beïnvloeden. Dit diergeneesmiddel kan nadelige effecten hebben op de ontwikkeling van het ongeboren kind en van neonaten. Zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, mogen dit diergeneesmiddel niet toedienen. In geval van accidentele zelfinjectie, dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond.
Voor gebruik als substitutietherapie voor deficiëntie van mineralocorticoïden bij honden met primair hypoadrenocorticisme (ziekte van Addison).
Werkzaam bestanddeel:
Desoxycortonpivalaat 25 mg/ml
Hulpstof:
Chloorcresol 1 mg/ml
Neem grote voorzichtigheid in acht wanneer u het diergeneesmiddel tegelijkertijd toedient met andere diergeneesmiddelen die invloed hebben op de serumnatriumconcentratie of serumkaliumconcentratie of op het celtransport van natrium of kalium, bijvoorbeeld: trimethoprim, amfotericine B, digoxine of insuline.
Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen
Dit diergeneesmiddel kan nadelige effecten hebben op de ontwikkeling van het ongeboren kind en van neonaten. Zwangere vrouwen of vrouwen die borstvoeding geven, mogen dit diergeneesmiddel niet toedienen. Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens fok, dracht of lactatie. Uitsluitend gebruiken overeenkomstig de baten-risicobeoordeling door de behandelende dierenarts.
• Indien de hond op dag 25 klinisch normaal is en een Na⁺/K⁺-verhouding > 32 heeft, dient de dosis ófwel volgens tabel 1 te worden aangepast op basis van de Na⁺/K⁺-verhouding op dag 10 ófwel te worden uitgesteld (zie Verlenging van het doseringsinterval).
• Indien op dag 25 de hond niet klinisch normaal is of de Na⁺/K⁺-verhouding abnormaal is, dient de dosis glucocorticoïd of Zycortal te worden aangepast (zie Volgende doses en langetermijnzorg). Tabel 1: Dag 25: Toediening van de tweede dosis Zycortal Na⁺/K⁺-verhouding op dag 10 Dosis 2 niet toedienen op dag 10 25 dagen na de eerste dosis dient Zycortal als volgt te worden toegediend: ≥ 34 Dosis verlagen naar: 2,0 mg per kg lichaamsgewicht 32 tot < 34 Dosis verlagen naar: 2,1 mg per kg lichaamsgewicht 27 tot < 32 Verdergaan met 2,2 mg per kg lichaamsgewicht ≥ 24 tot < 27 Dosis verhogen naar: 2,3 mg per kg lichaamsgewicht < 24 Dosis verhogen naar: 2,4 mg per kg lichaamsgewicht Verlenging van het doseringsinterval: Indien op dag 25 de hond klinisch normaal is en de Na⁺/K⁺-verhouding > 32 is het mogelijk om het doseringsinterval te verlengen in plaats van de dosis aan te passen zoals beschreven in tabel 1. Beoordeel om de 5 tot 9 dagen de elektrolytenwaarden totdat de Na⁺/K⁺-verhouding < 32 is. Dien vervolgens 2,2 mg/kg Zycortal toe. Volgende doses en langetermijnzorg: Als de optimale dosis en doseringsinterval eenmaal zijn bepaald, dient hetzelfde behandelingsschema te worden aangehouden. Indien de hond abnormale klinische verschijnselen of serumconcentraties van Na⁺ of K⁺ vertoont, dienen voor volgende doses de onderstaande richtlijnen te worden gevolgd: • Klinische verschijnselen van polyurie/polydipsie: verlaag eerst de dosis glucocorticoïd. Indien de polyurie/polydipsie aanhoudt en de Na⁺/K⁺-verhouding > 32 is, dient de dosis Zycortal te worden verlaagd zonder wijziging in het doseringsinterval. • Klinische verschijnselen van depressie, lethargie, braken, diarree of zwakheid: verhoog de dosis glucocorticoïd. • Hyperkaliëmie, hyponatriëmie of Na⁺/K⁺-verhouding < 27: verkort het doseringsinterval van Zycortal met 2 tot 3 dagen, of verhoog de dosis. • Hypokaliëmie, hypernatriëmie of Na⁺/K⁺-verhouding > 32: verlaag de dosis Zycortal. Voorafgaand aan een stressvolle situatie dient een tijdelijke verhoging van de dosis glucocorticoïd te worden overwogen. Bij het klinische onderzoek was de gemiddelde definitieve dosis desoxycortonpivalaat 1,9 mg/kg (bereik: 1,2–2,5 mg/kg) en was het gemiddelde definitieve doseringsinterval 38,7 ± 12,7 dagen (bereik: 20–99 dagen), waarbij voor de meeste honden een doseringsinterval tussen 20 en 46 dagen van toepassing was.
| CNK | 3415759 |
|---|---|
| Organisaties | Dechra veterinary products |
| Breedte | 35 mm |
| Lengte | 77 mm |
| Diepte | 26 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 4 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |