Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Morphasol® 4 mg/ml oplossing voor injectie voor honden en katten. Butorfanol (als butorfanoltartraat). Een heldere en kleurloze oplossing. Verpakkingen: 1 x 10 ml injectieflacons.
Speciale waarschuwingen: Butorfanol is bedoeld voor gebruik daar waar kort werkende (hond) of kort tot halflang werkende (kat) analgesie nodig is. Herhaalde behandelingen met butorfanol kunnen echter worden toegediend. In gevallen waarbij waarschijnlijk langdurig analgetisch effect nodig is, dient een alternatief therapeutisch middel te worden gebruikt. De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet aangetoond bij jonge pups en kittens. Het gebruik van dit diergeneesmiddel bij die dieren is gebaseerd op de baten�risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. De individuele respons van katten op butorfanol kan variëren. Bij gebrek aan een adequate analgetische respons dient een alternatief analgeticum te worden gebruikt. Bij katten hoeft een dosisverhoging niet noodzakelijk een hogere intensiteit of langere duur van de analgesie tot gevolg te hebben. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten:
Men dient routinematig hartauscultatie uit te voeren alvorens men het diergeneesmiddel combineert met een α2-adrenoreceptoragonist. De combinatie van butorfanol en α2-adrenoceptoragonisten moet met voorzichtigheid gebruikt worden bij dieren met een cardiovasculaire aandoening. Het gelijktijdig gebruik met anticholinergische geneesmiddelen (bv. atropine) dient overwogen te worden. Mocht zich een ademhalingsdepressie voordoen, dan kan deze worden omgekeerd met behulp van een opioïdantagonist (bv. naloxon). Sedatie kan worden waargenomen bij behandelde dieren. Vanwege de hoestonderdrukkende eigenschappen van butorfanol mag dit diergeneesmiddel niet gebruikt worden in combinatie met een expectorans of bij dieren met luchtwegaandoeningen die gepaard gaan met een verhoogde slijmproductie, omdat dit kan leiden tot ophoping van slijm in de luchtwegen. Katten moeten gewogen worden om ervoor te zorgen dat de juiste dosis berekend wordt. Het is aangeraden om ofwel insulinespuiten ofwel gegradueerde spuiten van 1 ml te gebruiken. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Direct contact met de huid of de ogen van de gebruiker moet worden vermeden. Bij het hanteren van het diergeneesmiddel is voorzichtigheid geboden om zelfinjectie te voorkomen. Wanneer per ongeluk op de huid wordt gemorst, moet de huid onmiddellijk met water en zeep worden gewassen. Wanneer het diergeneesmiddel in contact met de ogen komt, moeten deze onmiddellijk met een overvloedige hoeveelheid water worden uitgespoeld. In het geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond, en MAG U GEEN VOERTUIG MEER BESTUREN, omdat er slaperigheid, misselijkheid en duizeligheid kan optreden. De effecten kunnen worden omgekeerd door de toediening van een opioïdantagonist. Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Gebruik wordt afgeraden tijdens de dracht en lactatie. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Butorfanol kan gebruikt worden in combinatie met andere sedatieve middelen zoals α2- adrenoreceptoragonisten (bv. medetomidine bij honden) waarbij synergistische effecten verwacht kunnen worden. Daarom is een juiste reductie van de dosis noodzakelijk bij gelijktijdig gebruik van dit soort middelen (zie "Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen"). Vanwege de antitussieve eigenschappen van butorfanol dient het diergeneesmiddel niet te worden gebruikt in combinatie met een expectorans, wat kan leiden tot ophoping van slijm in de luchtwegen. Het gelijktijdig gebruik van butorfanol en α2-agonisten kan een verminderde gastro-intestinale motiliteit tot gevolg hebben. Vanwege een antagonistisch effect op de mu (µ) opioïd-receptoren kan butorfanol de analgetische werking opheffen bij dieren die al pure mu (µ) opioïd-receptoragonisten (morfine/oxymorfine) toegediend hebben gekregen. Overdosering: De belangrijkste aanwijzing voor een overdosis is een ademhalingsdepressie, die kan worden omgekeerd met behulp van een opioïdantagonist (bv. naloxon). Belangrijke onverenigbaarheden: Aangezien er geen onderzoek is verricht naar de verenigbaarheid, mag het diergeneesmiddel niet met andere diergeneesmiddelen worden gemengd.
Honden:
Katten:
Butorfanol is bedoeld voor gebruik daar waar een kort werkende (hond) of een kort tot halflang werkende (kat) analgesie nodig zijn. Voor informatie betreffende de verwachte analgesieduur na behandeling, zie Farmacodynamische eigenschappen.
Contra-indicaties:
Diersoorten waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is:
Honden, katten.
Farmacodynamische eigenschappen:
Butorfanoltartraat is een synthetisch opioïd, met agonist-antagonist-werking bij de opiaatreceptoren in het centraal zenuwstelsel. Het bezit agonistactiviteit bij het kappa-receptorsubtype dat de analgesie, de sedatie zonder depressie van het cardiopulmonale systeem of de lichaamstemperatuur regelt. Het bezit agonistactiviteit bij het mu-receptorsubtype dat de analgesie, de sedatie, de depressie van het cardiovasculair systeem en de lichaamstemperatuur regelt. Het heeft ook een zwakke affiniteit voor de δ-receptoren, wat soms dysforie kan veroorzaken.
De agonistcomponent is tien maal krachtiger dan de antagonistcomponent.
Het analgetisch effect van butorfanol treedt bij honden en katten binnen 15 minuten na intraveneuze toediening op en houdt bij honden 15 tot 30 minuten aan. Bij katten houdt de analgetische werking 15 minuten tot 6 uur aan. De werkingsduur bij katten staat uitsluitend in verband met viscerale pijn. Bij katten met somatische pijn zal de werkingsduur waarschijnlijk aanzienlijk korter zijn.
Farmacokinetische gegevens:
Het distributievolume na intraveneuze injectie is groot (7,4 l/kg bij katten en 4,4 l/kg bij honden), wat wijst op een brede distributie in de weefsels. De eliminatiehalfwaardetijd van butorfanol is kort: 4,1 uur bij katten en 1,7 uur bij honden. Butorfanol wordt extensief in de lever gemetaboliseerd en vooral in de urine uitgescheiden.
Gehalte aan werkzame en overige bestanddelen:
1 ml bevat:
Werkzaam bestanddeel: 4 mg butorfanol (als butorfanoltartraat 5,83 mg)
Hulpstoffen: 0,1 mg benzethoniumchloride (als bewaarmiddel
Interactie Butorfanol kan gebruikt worden in combinatie met andere sedatieve middelen zoals α2- adrenoreceptoragonisten (bv. medetomidine bij honden) waarbij synergistische effecten kunnen verwacht worden. Daarom is een juiste reductie van de dosis noodzakelijk bij gelijktijdig gebruik van dit soort middelen (zie dosering voor elke diersoort, wijze van gebruik en toedieningsweg). Vanwege de antitussieve eigenschappen van butorfanol dient het diergeneesmiddel niet te worden gebruikt in combinatie met een expectorans, wat kan leiden tot een ophoping van slijm in de luchtwegen. Het gelijktijdig gebruik van butorfanol en α2-agonisten kan een verminderde gastro-intestinale motiliteit tot gevolg hebben. Vanwege een antagonistisch effect op de mu (µ) opioïd-receptoren kan butorfanol de analgetische werking opheffen bij dieren die al pure mu (µ) opioïd-receptoragonisten (morfine/oxymorfine) toegevoegd hebben gekregen.
Honden: Er kan een lichte sedatie optreden. Er kan een ademhalingsdepressie en een cardiovasculaire depressie optreden. Er kan een verminderde gastro-intestinale motiliteit optreden. Ataxie van voorbijgaande aard, anorexie en diarree kunnen in zeldzame gevallen optreden.
Katten: Er kan een lichte sedatie optreden. Er kan een ademhalingsdepressie en een cardiovasculaire depressie optreden. Het optreden van mydriasis is waarschijnlijk. Desoriëntatie, agitatie, onrust, rusteloosheid en een verhoogde gevoeligheid voor lawaai kunnen optreden.
Indien u ernstige bijwerkingen of andersoortige reacties vaststelt die niet in deze bijsluiter worden vermeld, wordt u verzocht uw dierenarts hiervan in kennis te stellen.
Niet gebruiken bij bekende overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of voor één van de hulpstoffen van het diergeneesmiddel. Niet gebruiken bij dieren met een lever- of nierziekte of bij dieren waarbij verdenking bestaat op een lever- of nierziekte. Butorfanol niet gebruiken in geval van hersenschade of hersenleasies (van de organische stof) en bij dieren met obstructieve luchtwegenaandoeningen, hartproblemen of spastische aandoeningen.
De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Gebruik wordt afgeraden tijdens de dracht en lactatie.
Dosering voor elke doeldiersoort, wijze van gebruik en toedieningsweg:
Honden:
Analgetica:
Sedatie in combinatie met medetomidine:
Katten:
Analgetica:
Butorfanol is bedoeld voor gebruik daar waar een kort werkende (hond) of een kort tot halflang werkende (kat) analgesie nodig zijn. Voor informatie betreffende de verwachte analgesieduur na behandeling, zie Farmacodynamische eigenschappen.
Echter, de behandeling met butorfanol mag worden herhaald. De noodzaak en het tijdstip waarop de behandeling kan worden herhaald is afhankelijk van de klinische respons op de behandeling. Indien een lang werkend analgeticum nodig blijkt te zijn, moeten alternatieve therapeutische agentia worden gebruikt.
Wanneer een adequate analgetische respons uitblijft, dient het gebruik van een alternatief analgeticum (zoals een ander geschikt opioïde analgeticum en/of een niet-steroïdaal anti-inflammatoir diergeneesmiddel) te worden overwogen. Bij elk alternatief analgeticum dient men rekening te houden met de werking die butorfanol heeft op opioïde receptoren, zoals beschreven in rubriek "Interactie".
Aanwijzingen voor een juiste toediening:
Vermijd snelle intraveneuze injectie.
Wachttermijn:
Niet van toepassing.
Gebruik tijdens dracht, lactatie of leg:
De veiligheid van Morphasol® tijdens dracht en lactatie is bij de doeldieren niet bewezen. Gebruik van butorfanol wordt afgeraden tijdens de dracht en lactatie.
| CNK | 2730984 |
|---|---|
| Organisaties | Dechra veterinary products |
| Breedte | 35 mm |
| Lengte | 30 mm |
| Diepte | 68 mm |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |