Insistor 10mg/ml Opl Inj Voor Hond En Kat 10ml
Op voorschrift
Geneesmiddel

Insistor 10mg/ml Opl Inj Voor Hond En Kat 10ml

  € 31,44
Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt

  € 31,44
Op bestelling

Speciale waarschuwingen: Vanwege het verschil in individuele respons op methadon, moeten dieren regelmatig worden gemonitord om te controleren of de werkzaamheid voor de gewenste werkingsduur voldoende is. Gebruik van het diergeneesmiddel moet vooraf worden gegaan door een grondig klinisch onderzoek. Bij katten treedt pupildilatatie op nadat het analgetische effect is verdwenen. Het is daarom geen geschikte parameter om de klinische werkzaamheid van de toegediende dosis te beoordelen. Greyhounds kunnen een hogere dosis nodig hebben dan andere rassen om een werkzame plasmaspiegel te bereiken.

Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoorten: Methadon kan in enkele gevallen ademhalingsdepressie veroorzaken en, net als bij andere opioïde geneesmiddelen, is voorzichtigheid geboden bij de behandeling van dieren met een verstoorde ademhalingsfunctie, of dieren die geneesmiddelen krijgen die ademhalingsdepressie kunnen veroorzaken. Voor een veilig gebruik van het diergeneesmiddel moeten behandelde dieren regelmatig worden gemonitord en tevens worden onderzocht op hartslag en ademhalingsfrequentie. Aangezien methadon door de lever wordt gemetaboliseerd, kan de intensiteit en duur van de werking bij dieren met een leverfunctiestoornis worden beïnvloed. In geval van een nier-, hart- of leverfunctiestoornis of shock kan het risico van gebruik van het diergeneesmiddel groter zijn. De veiligheid van methadon is niet aangetoond bij honden jonger dan 8 weken en katten jonger dan 5 maanden. Het effect van een opioïde op letsel aan de kop hangt af van het type en de ernst van het letsel en de gegeven ademondersteuning. De veiligheid is niet volledig geëvalueerd bij klinisch zieke katten. Vanwege het risico van excitatie moet herhaalde toediening bij katten voorzichtig worden toegepast. De baten/risicobeoordeling voor gebruik van het diergeneesmiddel moet door de behandelend dierenarts worden gemaakt. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: Methadon kan ademhalingsdepressie veroorzaken na morsen op de huid of accidentele zelfinjectie. Vermijd contact met huid, ogen en mond en draag ondoordringbare handschoenen bij het hanteren van het diergeneesmiddel. In geval van morsen op de huid of spatten in de ogen dient onmiddellijk met ruime hoeveelheden water te worden gespoeld. Verwijder verontreinigde kleding. Personen met een bekende overgevoeligheid voor methadon moeten contact met het diergeneesmiddel vermijden. Methadon kan doodgeboortes veroorzaken. Zwangere vrouwen worden aangeraden het diergeneesmiddel niet te hanteren. In het geval van accidentele zelfinjectie dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd en de bijsluiter of het etiket te worden getoond, maar BESTUUR GEEN VOERTUIGEN aangezien sedatie kan optreden. Voor de arts: methadon is een opioïde waarvan de toxiciteit klinische effecten kan veroorzaken, waaronder ademhalingsdepressie of apneu, sedatie, hypertensie en coma. Indien er ademhalingsdepressie optreedt, moet gecontroleerde beademing worden gestart. Toediening van de opioïde-antagonist naloxon wordt aangeraden om de symptomen ongedaan te maken. Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Methadon diffundeert door de placenta. Onderzoek met laboratoriumdieren heeft negatieve effecten op de reproductie aangetoond. De veiligheid van het diergeneesmiddel tijdens dracht en lactatie is niet onderzocht bij de doeldiersoorten. Gebruik van het diergeneesmiddel wordt afgeraden tijdens dracht of lactatie. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Raadpleeg rubriek "Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen" voor gelijktijdig gebruik met neuroleptica. Methadon kan de effecten versterken van analgetica, remmers van het centraal zenuwstelsel en stoffen die ademhalingsdepressie veroorzaken. Het gebruik van het diergeneesmiddel gelijktijdig met of na buprenorfine kan een gebrek aan werkzaamheid veroorzaken. Overdosering: Een 1,5-voudige overdosering leidde tot de effecten die beschreven zijn in rubriek "Bijwerkingen". Katten: in geval van overdosering (> 2 mg/kg) kunnen de volgende symptomen worden waargenomen: verhoogde speekselvorming, excitatie, verlamming van achterpoten en verlies van de omkeerreflex. Aanvallen, stuipen en hypoxie werden bij enkele katten ook waargenomen. Een dosis van 4 mg/kg kan fataal zijn voor katten. Ademhalingsdepressie is beschreven. Honden: ademhalingsdepressie is beschreven. Methadon kan worden geblokkeerd door naloxon. Naloxon moet op effect worden toegediend. Een intraveneuze startdosering van 0,1 mg/kg wordt aanbevolen. Belangrijke onverenigbaarheden: Niet mengen met enig ander diergeneesmiddel, behalve de infuusoplossingen die vermeld staan in rubriek "Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen". Het diergeneesmiddel is niet verenigbaar met injectievloeistoffen die meloxicam of een andere niet�waterige oplossing bevatten.

 Analgesie

 Premedicatie voor algemene anesthesie of neuroleptanalgesie in combinatie met een neurolepticum

Per ml:

Werkzaam bestanddeel: Methadonhydrochloride 10 mg (overeenkomend met 8,9 mg methadon)

Hulpstoffen: Methylparahydroxybenzoaat (E218) 1,0 mg Propylparahydroxybenzoaat 0,2 mg

Heldere, kleurloze tot lichtgele oplossing.

Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie:

Raadpleeg rubriek "Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen" voor

gelijktijdig gebruik met neuroleptica.

Methadon kan de effecten versterken van analgetica, remmers van het centraal zenuwstelsel en stoffen

die ademhalingsdepressie veroorzaken. Het gebruik van het diergeneesmiddel gelijktijdig met of na

buprenorfine kan een gebrek aan werkzaamheid veroorzaken.

  1. Bijwerkingen

Kat:

Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren):

Ademhalingsdepressie, Liplikken1, Onvrijwillige defecatie1, Diarree1, Opwinding1, Vocalisatie1,

Urineren1, Mydriasis1 (Verwijde pupillen), Hyperalgesie, Hyperthermie1 (Verhoogde

lichaamstemperatuur).

Alle reacties waren van tijdelijke aard. 1Licht

Hond:

Zeer vaak (>1 dier/10 behandelde dieren):

Ademhalingsdepressie, Hijgen1, Onregelmatige ademhaling1, Bradycardie (Trage hartslag), Liplikken1,

Hypersalivatie1, Onvrijwillige defecatie2, Vocalisatie1, Hypothermie1 (Lage lichaamstemperatuur),

Urineren2, Tremor1, Starende blik1.

Alle reacties waren van tijdelijke aard. 1Licht 2Soms binnen het eerste uur na de dosis.

Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een

diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet

in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in

eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de

vergunning voor het in de handel brengen of diens lokale vertegenwoordiger met behulp van de

contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem:

adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be

Niet gebruiken bij overgevoeligheid voor het werkzaam bestanddeel of één van de hulpstoffen.

Niet gebruiken bij dieren met gevorderde ademhalingsinsufficiëntie.

Niet gebruiken bij dieren met ernstige lever- en nierfunctiestoornis.

Dracht en lactatie: De veiligheid van het diergeneesmiddel is niet bewezen tijdens dracht en lactatie. Methadon diffundeert door de placenta. Onderzoek met laboratoriumdieren heeft negatieve effecten op de reproductie aangetoond. De veiligheid van het diergeneesmiddel tijdens dracht en lactatie is niet onderzocht bij de doeldiersoorten. Gebruik van het diergeneesmiddel wordt afgeraden tijdens dracht of lactatie.

  1. Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen Honden: intraveneus, intramusculair of subcutaan gebruik. Katten: Intramusculair gebruik. Om een juiste dosering te waarborgen dient het lichaamsgewicht zo nauwkeurig mogelijk bepaald te worden. Analgesie Honden: 0,5 tot 1 mg methadon HCl per kg lichaamsgewicht, s.c., i.m. of i.v. (overeenkomend met 0,05 tot 0,1 ml/kg) Katten: 0,3 tot 0,6 mg methadon HCl per kg lichaamsgewicht, i.m. (overeenkomend met 0,03 tot 0,06 ml/kg) Voor een nauwkeurige dosering bij katten dient een correct gekalibreerde injectiespuit te worden gebruikt om het diergeneesmiddel toe te dienen. Aangezien de individuele reactie op methadon kan verschillen en deels afhangt van de dosering, de leeftijd van de patiënt, individuele verschillen qua pijngevoeligheid en de algemene conditie, moet het optimale doseringsschema individueel worden bepaald. Bij honden begint het diergeneesmiddel 1 uur na subcutane toediening, ongeveer 15 minuten na intramusculaire injectie en binnen 10 minuten na intraveneuze injectie te werken. Na intramusculaire of intraveneuze toediening houdt het effect ongeveer 4 uur aan. Bij katten begint het diergeneesmiddel 15 minuten na intramusculaire toediening te werken en houdt het effect gemiddeld 4 uur aan. Het dier dient regelmatig te worden onderzocht om na te gaan of achteraf aanvullende analgesie nodig is. Premedicatie en/of neuroleptanalgesie Honden: Methadon HCl 0,5-1 mg/kg lichaamsgewicht, i.v., s.c. of i.m. (overeenkomend met 0,05 tot 0,1 ml/kg) Combinaties zoals bijv.:  Methadon HCl 0,5 mg/kg lichaamsgewicht, i.v. (overeenkomend met 0,05 ml/kg) + bijv. midazolam of diazepam Inductie met propofol, onderhoud met isofluraan in zuurstof.  Methadon HCl 0,5 mg/kg lichaamsgewicht, i.v. (overeenkomend met 0,05 ml/kg) + bijv. acepromazine Inductie met thiopental of propofol op effect, onderhoud met isofluraan in zuurstof of inductie met diazepam en ketamine.  Methadon HCl 0,5 -1,0 mg/kg lichaamsgewicht, i.v. of i.m. (komt overeen met 0,05 tot 0,1 ml/kg) + α2-agonist (bijv. xylazine of medetomidine) Inductie met propofol, onderhoud met isofluraan in zuurstof in combinatie met fentanyl of protocol voor totale intraveneuze anesthesie (TIVA): onderhoud met propofol in combinatie met fentanyl. TIVA-protocol: inductie met propofol, op effect. Onderhoud met propofol en remifentanil. De chemisch-fysische compatibiliteit is enkel bewezen voor verdunningen van 1:5 met de volgende infuusoplossingen: natriumchloride 0,9 %, Ringer-oplossing, Ringerlactaat oplossing en glucose 5 %. Katten:  Methadon HCl 0,3 tot 0,6 mg/kg lichaamsgewicht, i.m. (overeenkomend met 0,03 tot 0,06 ml/kg)

- Inductie met benzodiazepine (bijv. midazolam) en dissociativa (bijv. ketamine). - Met een tranquillizer (bijv. acepromazine) en NSAID (meloxicam) of sedativum (bijv. α2- agonist). - Inductie met propofol, onderhoud met isofluraan in zuurstof. De doseringen zijn afhankelijk van de gewenste mate van analgesie en sedatie, de gewenste duur van het effect en het gelijktijdig gebruik van andere analgetica en anesthetica. Bij gebruik in combinatie met andere diergeneesmiddelen kan een lagere dosering worden gebruikt. Voor veilig gebruik met andere diergeneesmiddelen moet worden verwezen naar de relevante productliteratuur. De stop mag niet meer dan 20 keer worden aangeprikt.

CNK 3784238
Organisaties Ecuphar NV
Merken Insistor
Breedte 43 mm
Lengte 87 mm
Diepte 43 mm
Hoeveelheid verpakking 10
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)