Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Talen
Google Translate
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
Speciale waarschuwingen: Geen. Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort(en): Buprenorfine kan een ademhalingsdepressie veroorzaken. Zoals bij andere opiaten, dient men voorzichtig te zijn bij het behandelen van dieren met een verstoorde ademhalingsfunctie, of dieren die geneesmiddelen ontvangen die ademhalingsdepressie kunnen veroorzaken. Bij nier-, hart- of leverstoornis of bij shock kan er een groter risico bestaan in verband met het gebruik van het diergeneesmiddel. Een baten/risicobeoordeling voor het gebruik van het diergeneesmiddel dient te worden gemaakt door de behandelend dierenarts. De veiligheid is niet volledig geëvalueerd bij klinisch gecompromitteerde katten. Men dient voorzichtig te zijn met het gebruik van buprenorfine bij dieren met een leverfunctiestoornis, met name bij een aandoening van de galwegen. Aangezien buprenorfine wordt gemetaboliseerd in de lever, kunnen de intensiteit en werkingsduur van het diergeneesmiddel worden beïnvloed in dergelijke dieren. De veiligheid van buprenorfine is niet aangetoond bij dieren jonger dan 7 weken. Het gebruik bij dergelijke dieren dient dan ook gebaseerd te zijn op de baten/risicobeoordeling door de behandelend dierenarts. Herhaalde toediening eerder dan het aanbevolen herhalingsinterval dat wordt voorgesteld in de sectie 'Dosering voor elke diersoort, toedieningswijzen en toedieningswegen"wordt niet aanbevolen.Lange termijn veiligheid van buprenorfine in katten is niet onderzocht bij een toediening langer dan 5 opeenvolgende dagen. Het effect van een opiaat op hoofdletsel is afhankelijk van de aard en de ernst van het letsel en van de verstrekte respiratoire ondersteuning. Het diergeneesmiddel dient te worden gebruikt overeenkomstig de baten/risicobeoordeling door de behandelende dierenarts. Speciale voorzorgsmaatregelen te nemen door de persoon die het diergeneesmiddel aan de dieren toedient: De hulpstof chlorocresol kan overgevoeligheidsreacties (allergische reacties) veroorzaken na huidcontact. Mensen met een bekende overgevoeligheid voor chlorocresol dienen contact met het diergeneesmiddel te vermijden. Bij accidenteel huidcontact onmiddellijk afspoelen met water. Omdat buprenorfine opioïde activiteit heeft, dient men voorzichtig te zijn om zelfinjectie of inname te vermijden. Buprenorfine kan systemisch worden opgenomen bij blootstelling aan slijmvliezen. Het product, dat licht zuur is, kan huid- of oogirritatie veroorzaken bij contact. Na oog-, huid- of mondcontact het aangetaste gebied grondig wassen met water. Raadpleeg een arts als de irritatie aanhoudt. Bij accidentele zelfinjectie of inname, onmiddellijk een arts raadplegen en de bijsluiter of het etiket aan de arts tonen. Na gebruik handen wassen. Aan de arts: Bij accidentele zelfinjectie kan de opioïde antagonist naloxon als tegengif worden gebruikt. Dracht: Uit laboratoriumonderzoeken bij ratten zijn geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene effecten. Deze onderzoeken hebben echter post-implantatie verliezen en vroege foetale sterfte aangetoond. Deze zijn waarschijnlijk het gevolg van een verminderde lichaamsconditie tijdens de dracht en van een verminderde postnatale zorg van het moederdier ten gevolge van sedatie. De veiligheid van het diergeneesmiddel tijdens de dracht is niet bewezen. Uitsluitend gebruiken volgens de baten/risicobeoordeling door de verantwoordelijke dierenarts. Het diergeneesmiddel dient niet preoperatief gebruikt te worden in het geval van een keizersnede, omwille van het risico van een ademhalingsdepressie bij de nakomelingen tijdens de partus en mag alleen met de nodige voorzichtigheid postoperatief toegediend worden (zie hieronder). Lactatie: Onderzoeken bij zogende ratten hebben aangetoond dat, na intramusculaire toediening van buprenorfine, concentraties van onveranderd buprenorfine in de melk overeenkwamen met de buprenorfine-concentraties in plasma, of deze overschreden. Daar het voor de hand ligt dat buprenorfine ook uitgescheiden wordt in de melk van andere diersoorten, wordt het gebruik niet aangeraden tijdens lactatie. Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Buprenorfine kan enige slaperigheid veroorzaken, die kan worden versterkt door andere central werkende middelen zoals tranquillizers, sedativa en hypnotica. Bij mensen zijn er aanwijzingen dat therapeutische doses buprenorfine de analgetische werkzaamheid van standaarddosissen van een opiaat-agonist niet verminderen. Wanneer buprenorfine wordt gebruikt binnen het normale therapeutische bereik, kunnen standaarddosissen opiaat-agonist worden toegediend vóór de effecten van de vorige zijn afgelopen zonder de analgesie te compromitteren. Het wordt echter aanbevolen om buprenorfine niet samen met morfine of andere opiaattype analgetica, bijv. etorfine, fentanyl, pethidine, methadon, papaveretum of butorfanol, te gebruiken.
Honden:
- Postoperatieve analgesie.
- Versterking van de sedatieve effecten van centraal-werkende middelen.
Katten:
- Postoperatieve analgesie.
Elke ml bevat:
Werkzaam bestanddeel:
Buprenorfine 0,3 mg
(als buprenorfine hydrochloride 0,324 mg)
Hulpstoffen:
Chlorocresol 1,35 mg
Interactie met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie: Buprenorfine kan enige slaperigheid veroorzaken, die kan worden versterkt door andere central werkende middelen zoals tranquillizers, sedativa en hypnotica. Bij mensen zijn er aanwijzingen dat therapeutische doses buprenorfine de analgetische werkzaamheid van standaarddosissen van een opiaat-agonist niet verminderen. Wanneer buprenorfine wordt gebruikt binnen het normale therapeutische bereik, kunnen standaarddosissen opiaat-agonist worden toegediend vóór de effecten van de vorige zijn afgelopen zonder de analgesie te compromitteren. Het wordt echter aanbevolen om buprenorfine niet samen met morfine of andere opiaattype analgetica, bijv. etorfine, fentanyl, pethidine, methadon, papaveretum of butorfanol, te gebruiken.
Buprenorfine is gebruikt in combinatie met acepromazine, alphaxalone/alphadalone, atropine, dexmedetomidine, halothaan, isofluraan, ketamine, medetomidine, propofol, sevofluraan, thiopentone en xylazine. Bij gebruik in combinatie met sedativa, kunnen depressieve effecten op hartslagfrequentie en ademhaling worden verhoogd.
7. Bijwerkingen Honden: Ongewoon (1 tot 10 dieren/1000 behandelde dieren): Ptyalism, bradycardie, hypothermie, agitatie, dehydratatie en miosis. Ademhalingsdepressie.1 Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Hypertensie, tachycardie. Verdoving.2 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Ongemak4, pijn op de injectieplaats.3 1- Zie rubriek Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort. 2- Bij gebruik als analgeticum, wordt sedatie zelden opgemerkt. Deze kan echter optreden bij dosissen hoger dan de aanbevolen dosering. 3- Resulterend in vocalisatie 4- Lokaal Katten: Vaak (1 tot 10 dieren/100 behandelde dieren): Mydriasis. Behavioural disorders (restlessness, purring and excessive rubbing).4 Soms (1 tot 10 dieren/1.000 behandelde dieren): Ademhalingsdepressie.1 Zelden (1 tot 10 dieren/10.000 behandelde dieren): Verdoving.2 Zeer zelden (<1 dier/10.000 behandelde dieren, inclusief geïsoleerde meldingen): Ongemak5, pijn op de injectieplaats.3 1- Zie rubriek Speciale voorzorgsmaatregelen voor veilig gebruik bij de doeldiersoort. 2- Bij gebruik als analgeticum, wordt sedatie zelden opgemerkt. Deze kan echter optreden bij dosissen hoger dan de aanbevolen dosering. 3- Resulterend in vocalisatie 4- Zal meestal binnen 24 uur verdwijnen 5- Lokaal Het melden van bijwerkingen is belangrijk. Op deze manier kan de veiligheid van een diergeneesmiddel voortdurend worden bewaakt. Indien u bijwerkingen vaststelt, zelfs wanneer die niet in deze bijsluiter worden vermeld, of u vermoedt dat het geneesmiddel niet heeft gewerkt, neem dan in eerste instantie contact op met uw dierenarts. U kunt bijwerkingen ook melden aan de houder van de vergunning voor het in de handel brengen of de lokale vertegenwoordiger van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen met behulp van de contactgegevens aan het einde van deze bijsluiter of via uw nationale meldsysteem: adversedrugreactions_vet@fagg-afmps.be
Niet toedienen via de intrathecale of peridurale weg. Niet preoperatief gebruiken in het geval van een keizersnede. Niet gebruiken bij dieren met een gekende overgevoeligheid voor het werkzame bestanddeel of één van de hulpstoffen.
Dracht: Uit laboratoriumonderzoeken bij ratten zijn geen gegevens naar voren gekomen die wijzen op teratogene effecten. Deze onderzoeken hebben echter post-implantatie verliezen en vroege foetale sterfte aangetoond. Deze zijn waarschijnlijk het gevolg van een verminderde lichaamsconditie tijdens de dracht en van een verminderde postnatale zorg van het moederdier ten gevolge van sedatie. De veiligheid van het diergeneesmiddel tijdens de dracht is niet bewezen. Uitsluitend gebruiken volgens de baten/risicobeoordeling door de verantwoordelijke dierenarts. Het diergeneesmiddel dient niet preoperatief gebruikt te worden in het geval van een keizersnede, omwille van het risico van een ademhalingsdepressie bij de nakomelingen tijdens de partus en mag alleen met de nodige voorzichtigheid postoperatief toegediend worden (zie hieronder). Lactatie: Onderzoeken bij zogende ratten hebben aangetoond dat, na intramusculaire toediening van buprenorfine, concentraties van onveranderd buprenorfine in de melk overeenkwamen met de buprenorfine-concentraties in plasma, of deze overschreden. Daar het voor de hand ligt dat buprenorfine ook uitgescheiden wordt in de melk van andere diersoorten, wordt het gebruik niet aangeraden tijdens lactatie.
Terwijl sedatieve effecten al aanwezig zijn 15 minuten na de toediening, wordt de analgetische activiteit merkbaar na ongeveer 30 minuten. Om zeker te stellen dat analgesie aanwezig is tijdens de operatie en onmiddellijk bij de recovery, moet het diergeneesmiddel preoperatief toegediend worden als onderdeel van de premedicatie.
| CNK | 4780979 |
|---|---|
| Organisaties | Emdoka |
| Merken | Emdoka |
| Breedte | 32 mm |
| Lengte | 70 mm |
| Diepte | 30 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 10 |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |